HENDRICK CORNELISZ VROOM

1566 – Haarlem-1640

Calm

Olieverf op doek, 98 x 183 cm

Gesigneerd: l. c. op 1e vlag: VROOM

Gedateerd: r. c. op 2e vlag: 1629

Extra afbeelding, klik voor meer informatie: deel 1 van “Een zeer zeldzaam paar zeegezichten”

 

Herkomst: privé collectie Frankrijk

Er is momenteel geen andere pendant (kalme zee en storm) bekend op dit grootse formaat van H.C. Vroom, de ‘vader’ van de Nederlandse marineschilders, de eerste scheepsportrettist en de belangrijkste marineschilder van het eerste kwart van de zeventiende eeuw.

 

De  kalme zee stelt de Nederlandse vloot voor in gevecht met ofwel de Spanjaarden ofwel de Barbarijse zeerovers onder een strakblauwe hemel. Vroom creëert een stilistisch evenwicht met realistische details, dat bijvoorbeeld kan worden waargenomen in de zorgvuldige behandeling van de weerspiegelingen in het water en de gedetailleerde schildering van de schepen, dat zijn latere werken kenmerkt en dat, althans gedeeltelijk, verantwoordelijk is geweest voor zijn reputatie als de eerste Nederlandse maritieme kunstenaar. Ook de innovatie van het lange horizontale zicht, die ook in deze kalme voorstelling tot uiting komt, wordt aan hem toegeschreven.

Een van de kenmerken die Vroom tot zo’n goede schilder maken, is zijn meesterlijke oog voor detail in de weergave van de schepen. Het getuigt van zijn grondige kennis van de scheepsbouw van zijn tijd en van zijn zorgvuldige aandacht voor marinedetails en tuigage.

 

De storm is een groot genrestuk met twee zeemonsters op de voorgrond.  De kleur van de donkere golven lijkt het product te zijn van het licht op een winderige dag op zee. De gevaren van de overtocht worden uitgebeeld door het monster. Als zodanig lijkt het onderwerp de moralistische overtuiging te herhalen, die in de hedendaagse embleemliteratuur wordt aangehangen, van de noodzaak om af en toe al je rijkdommen op te offeren om je leven te redden. De aanwezigheid van de monsters wijst op de impliciete allegorie van het schip als een schip dat de mensheid en de menselijke ziel over de gevaarlijke zeeën van het leven voert. De weergave van de golven lijkt te zijn gebaseerd op de ervaring die men aan boord van het schip heeft opgedaan.

De kunstenaar heeft leden van de bemanning in de masten afgebeeld om aan te geven dat zij de controle hebben en het schip in veiligheid zullen brengen, maar dat zij waakzaam, voorzichtig en waakzaam moeten zijn. Er wordt nadruk gelegd op het menselijk doorzettingsvermogen in het aangezicht van groot gevaar. Aan de rechterkant en op de achtergrond liggen de twee schepen links in de verte te woelen in de golven, overgeleverd aan de elementen.

Pendanten waren vaak bedoeld voor een bepaalde huiselijke omgeving en het is zeer waarschijnlijk dat deze twee schilderijen in opdracht van dezelfde opdrachtgever zijn gemaakt.

Afkomstig uit een privé-verzameling in Frankrijk.

Ze zijn compositorisch en thematisch verwant omdat ze beide betrekking hebben op de zee.

 

De kunstenaar, Hendrick Cornelisz Vroom, werd volgens van Mander in 1566 in Haarlem geboren en was de zoon van de beeldhouwer en keramist Cornelis Hendricksen. Aanvankelijk verdiende hij de kost als schilder van Delfts aardewerk.  Aangezien hij uit een artistieke familie stamde, heeft hij ongetwijfeld zowel theoretische als praktische kennis opgedaan. Vervolgens maakte hij veel reizen in Spanje, Italië, Frankrijk en Polen.  In Italië maakte Vroom kennis met de schilder Paulus Bril, die hem aanmoedigde om te gaan schilderen en hem les gaf. Tussen 1585 en 1587 was hij in dienst van kardinaal Ferdinand de’ Medici. Zijn reis terug naar de Republiek voerde hem langs Venetië, Milaan, Turijn, Lyon, Parijs en Rouen.

Hendrick Cornelis Vroom had een avontuurlijk leven en leed volgens zijn eigen anekdotes schipbreuk bij het Portugese Los Barongos, toen hij met een aantal religieuze schilderijen op weg was naar Sevilla. De schilderijen spoelden aan en hij wist de monniken in het plaatselijke klooster ervan te overtuigen dat hij geen Engelsman was, want de 80-jarige oorlog was in volle gang.  Vroom zette zijn avontuur van de scheepsramp op verf en verkocht ze ter plekke. Een andere anekdote uit zijn leven, volgens zijn eigen verhalen, is dat hij op de col van St. Denis in een ravijn viel, maar vast kwam te zitten in een bosje, terwijl zijn broek bevroor aan een rots. Over zijn vele avonturen kunt u lezen in de Kunstenaarsbiografie van Carel van Mander uit 1604.

Na zijn definitieve terugkeer in Haarlem ontwikkelde hij zijn carrière als zeeschilder.  Van Mander beschrijft en verklaart het ontstaan van het nieuwe schildergenre als follos.’ Thuisgekomen ging hij [Vroom], op aanraden van andere schilders aldaar, door met het maken van scheepsstukken, en hij ging ze langzamerhand steeds beter maken. En daar er in Holland veel zeevaart is, begon het publiek ook lust te krijgen in deze scheepjes.’

Hendrick Cornelisz pionierde de marineschilderkunst als specialistische vorm toen de Hollanders uitgroeiden tot een leidende maritieme macht. Hij schilderde historische veldslagen, scheepsportretten en stadsgezichten van maritieme steden als Hoorn, Amsterdam en Vlissingen. Bovendien had hij uitgebreide kennis van de bouw en uitrusting van schepen van de vroeg zeventiende-eeuwse handels- en oorlogsschepen. Vroom werkte veel in Europa en zijn belang werd internationaal erkend.

Volgens Vroom’s biograaf, Karel van Mander, berustte Vroom’s faam niet alleen op prestigieuze opdrachten voor afbeeldingen van belangrijke veldslagen en politieke gebeurtenissen op zee, maar roemde men Vroom ook om zijn aandacht voor detail en zijn weergave van natuur en landschap: Vroom is in dit opzicht een uitmuntend meester, in die zin dat hij niet alleen veel verstand heeft van schepen, goede tuigage, vlaggen, wimpels, zeilen en andere dingen van dien aard, maar hij is ook uitmuntend in alle andere bijkomstigheden, zoals stukken grond, landschap, rotsen, bomen, luchten, water, golven, kastelen, dorpen, steden, figuren, vissen en andere dingen die zijn schepen vergezellen en verrijken. ‘

Hendrick Cornelisz Vroom wordt beschouwd als de vader van de marineschilderkunst en hij was een pionier in het schilderen van marinescènes en veldslagen in een nieuwe stijl, waarbij hij zorgvuldige aandacht toonde voor marinedetails en tuigage. Zijn zeer gedetailleerde voorstellingen brachten hem al snel roem, waardoor hij er zeer hoge prijzen voor kon vragen. Van Mander zegt ook dat hij zeer productief was, met als gevolg dat hij een fortuin verdiende met zijn werk. Ook Hendrick Cornelisz Vroom was overtuigd van zijn eigen talent en roem. Ter vergelijking: in 1621 vroeg hij een opdracht van 6000 gulden terwijl Rembrandt in 1642 1600 gulden kreeg voor zijn Nachtwacht.

Hendrick Cornelisz Vroom begon ook met het maken van tapijtontwerpen en hij kreeg een opdracht voor het ontwerpen van zes unieke wandtapijten getiteld ‘Strijd op de Zeeuwse Stroomen’ voor de Staten van Zeeland, ter herdenking van enkele klinkende overwinningen op de Spaanse Vloot in de jaren 1572 – 1576. Ze worden bewaard in de Abdij van Middelburg.

In de jaren 1590 kreeg hij de opdracht een serie van tien wandtapijten te ontwerpen voor de Engelse Lord Admiral, Lord Howard of Effingham (Earl of Nottingham vanaf 1596), ter herdenking van diens overwinning op de Spaanse Armada. Deze wandtapijten hingen vanaf 1650 in het Hogerhuis in Westminster en werden bij de brand van 1834 verwoest. Hoewel ze zijn vastgelegd in gravures, gemaakt door John Pine, in 1739.

Vroom was een pionier op het gebied van de maritieme schilderkunst toen de Nederlanders uitgroeiden tot een toonaangevende maritieme macht. Hij werkte veel in Europa en zijn belang werd internationaal erkend. Hij wordt beschouwd als de vader van de marineschilderkunst en hij was een pionier in het schilderen van marinescènes en veldslagen in een nieuwe stijl, met zorgvuldige aandacht voor marinedetails en tuigage. Vroom overleed in Haarlem in 1640. Hij wordt algemeen beschouwd als de eerste ‘Hollandse’ marineschilder. Hij overleefde zijn leerling, Jan Porcellis, acht jaar.

 

Hendrik Cornelis Vroom was de zoon van de beeldhouwer en keramist Cornelis Hendricksen.

Vader van Cornelis Hendricksz. en Frederick Vroom; neef van Fredrik Hendriksz Vroom (Frohme)

Reisde door Holland en Vlaanderen voordat hij vanuit Rotterdam naar Spanje voer

Italie: ca. 1585-1590 / livorno, reisde via Livorno en Florence naar Rome

  1. 1585-1587; was twee jaar in dienst van kardinaal Ferdinand de ‘Medici; kreeg ook les van Paul Bril; reisde via Venetië, Milaan, Genua, Turijn naar Lyon.

Frankrijk, ca. 1587-1589; verbleef een half jaar bij Mr. Bottoin in diens kasteel buiten Lyon om een serie schilderijen in aquarel te maken over de oorlogen in Pisa waar Bottoin en zijn voorouders aan hadden deelgenomen (Gerson/Meijer 1942/1983, p. 44, Van Thiel-Stroman 2006, p. 333 en Alsteens/Buijs/Mathot 2008, p. 227).

woonde hier waarschijnlijk samen met de schilder Jan de Hoey (Russell 1983, p. 9

reisde via Rouen terug naar Haarlem , Hij was in ieder geval op 28 december 1689 terug in Haarlem

In 1591 bezocht Vroom met zijn vrouw zijn oom Fredrik Hendriksz Vroom (Frohme), stadsarchitect in Danzig, die hem onderrichtte in de perspectiefleer. Volgens Van Mander schilderde hij een altaarstuk voor de Jezuïeten (Gerson 1942/1983, p. 499). Volgens Gerson vond deze reis plaats in 1584; waarschijnlijk was dit echter 1591. Op 18 december 1591 waren zij in ieder geval weer terug in Haarlem (Van Thiel-Stroman 2006, p. 333).

Engeland:1592Bezocht Lord Howard in Londen als ontwerper voor een wandtapijtopdracht

Lissabon

Haarlem 1592 – 1640

– Helsingør 1618 – 1619

waarschijnlijk in 1618/1619 (mededeling Daid Burmeister Kaaring, mei 2015); maakte een tekening van Helsingør (Gerson 1942/1983, p. 470)

 

 

HENDRICK CORNELISZ VROOM

Scroll naar top