1630 LUDOLF BACKHUYSEN

(Emden 1630 – 1708 Amsterdam)

Christus in de storm op het meer van Galilea

Olieverf op doek, 119.5 x 174.5 cm

Gesigneerd (linksonder, op de boot): L.Bakhuizen

Gedateerd op een stuk drijfhout: 1704

Herkomst: Joan Frederik Motte; verkoop, Quickhart, Amsterdam, 20 augustus 1794, lot 2 (onverkocht 290 florijnen). Santhagen; verkoop De Vries, Amsterdam, 4 april 1754, lot 2 (onverkocht 2.800 florijnen). Meffre; verkoop [Dr. van Cleef e.a.], Pillet, 4 april 1864, lot 4 (onverkocht, 11.900 francs).Charles August Louis, Joseph, Duc de Morney; verkoop, Pillet, Parijs, 31 mei 1865, lot 38 (verkocht 2.150 francs). Verkoop Londen, Christies, 7 juli 2000, lot 9, (146.750 pond sterling). Rob Noortman & Salomon Lilian, Nederland, particuliere collectie.

Door Hofstede de Groot omschreven als ‘een meesterwerk’ bevond dit schilderij zich vroeger in de notabele verzameling van Charles-Auguste, Duc de Morny (1811-1865). Hij was de natuurlijke zoon van Hortense de Beauharnais en Charles-Joseph, Comte de Flahault, en daarmee de halfbroer van Louis Napoleon Bonaparte, de latere keizer Napoleon III. Opgevoed door zijn grootmoeder, mevrouw de Souza, verwierf hij zijn liefde voor kunst uit haar verzameling, die werken van Titiaan, Adriaen van Ostade en Carlo Dolci omvatte. Hij begon al op jonge leeftijd te verzamelen en in 1854, bij zijn benoeming door de keizer tot president van het Corps Législatif, werd zijn verzameling ondergebracht in zijn ambtswoning, het Høtel de Lassay. Tot de beroemdste van zijn vele meesterwerken behoorden Fragonards The Swing en Le Chiffre d’amour; Bouchers Rape of Europe; Watteau’s Rendez-vous de chasse (allen Londen, Wallace Collection); Rembrandts Rape of Europe (New York, privé-verzameling); en De Gilder [Portret van Herman Doomer (New York, Metropolitan Museum of Art). Een kleiner schilderij met hetzelfde onderwerp, gedateerd 1692, dat zich vroeger in de collectie van Anthony de Rotschild bevond, is opgenomen door Hofstede, op. cit. nr. 6.

Kalm en zelfverzekerd zit Christus tussen zijn bezorgde discipelen in een boot die bijna door golven wordt overspoeld. Hoewel het weer dreigt – roetkleurige wolken voorspellen stortregens en de felle wind rukt de tuigage van het zeil los – zijn zonnestralen linksboven een voorbode van Christus’ bevel om de golven te doen bedaren. Met deze eenvoudige maar dramatische compositie illustreert Backhuysen de kracht van het geloof.

Backhuysen was een van de belangrijkste schilders van zeegezichten aan het einde van de 17de eeuw. Zijn vroegste biograaf meldde dat hij bij een dreigende storm vaak de zee op ging om de veranderende weersomstandigheden te observeren.

Ludolf Backhuysen was de belangrijkste schilder van zeegezichten in Amsterdam in het laatste kwart van de 17de eeuw. Zijn vroegste biograaf verklaarde dat hij “door de natuur was onderwezen” en meldde dat hij vaak bij een dreigende storm de zee op ging om de wisselende omstandigheden van lucht en water te observeren.

LUDOLF BACKHUYSEN, ZEESCHILDER BIJ UITSTEK

Backhuysen wordt beschouwd als een van de belangrijkste zeeschilders van de zeventiende eeuw vanaf ca. 1660, daarnaast was hij een uitstekend tekenaar en etser.

Over Backhuysens jeugdjaren is zeer weinig bekend. Geboren in het Duitse Emden in 1631, verhuisde hij in 1649 naar Amsterdam. De goed opgeleide Backhuysen begon zijn carrière als leerling (boekhouder en kalligraaf) bij de bekende koopmansfirma Bartolotti. Met zijn kennis van meetkunde, astronomie en navigatie genoot Bartlotti groot voordeel van hem. Backhuysen gaf ook les in kalligrafie aan de zonen van rijke kooplieden – een kunstvorm waarin hij bijzonder bedreven was. Zijn vaardigheid als kalligraaf legde de basis voor een succesvolle carrière. Houbraken (1660-1719), Backhuysens biograaf aan het begin van de achttiende eeuw, merkt op dat zijn inspanningen al snel beloond werden. In het huwelijksregister van 30 augustus 1657, de datum van zijn eerste huwelijk met Lysbeth Lubbers, wordt zijn beroep vermeld als ’tyckenaer’ (tekenaar). Zijn tekeningen brachten 10, 20, 30 en uiteindelijk gulden per stuk op, wat zijn enthousiasme voor het werk aanscherpte. Het duurde niet lang of hij nam afscheid van de firma om zich uitsluitend op de kunst toe te leggen, met name op het tekenen van schepen.

Als tekenaar, en later als schilder, schijnt Bakhuysen grotendeels autodidact te zijn geweest. De grisailles (of penschilderijen zoals ze in het Nederlands meestal worden genoemd) die hij in de jaren 1650 maakte, vertonen invloeden van Willem van de Velde de Oude (1611 – 1693), maar we weten niet zeker of Bakhuysen ooit zijn leerling is geweest.

Onder de indruk van zijn talent werd hij door een aantal kunstenaars onder druk gezet om te gaan schilderen met olieverf. Backhuysen maakte er blijkbaar een gewoonte van regelmatig de ateliers van schilders te bezoeken, waar hij leerde goed te kijken en vragen te stellen. De meeste tijd bracht hij door in de ateliers van Allaert van Everdingen (1621-1675) en Hendrick Dubbels (1621-1707), hoewel hij geen van beiden lang genoeg is gebleven om de indruk te wekken dat hij een vaste leerling van hen was. Hoewel Backhuysen’s vroegste schilderij gedateerd is op 1658, werd hij pas in februari 1663 toegelaten tot het schildersgilde van Sint Lucas.

Zijn reputatie als zeeschilder moet snel gegroeid zijn, want in 1665 gaven de burgemeesters van Amsterdam hem de opdracht een groot havengezicht van Amsterdam te schilderen als geschenk voor Hugues de Lionne, minister van Lodewijk XIV van Frankrijk. Naar de maatstaven van zijn tijd werd Backhuysen zeer goed betaald, hij ontving 1275 florijnen en een gouden dukaat voor zijn vrouw. Het feit dat hij deze belangrijke opdracht kreeg, bewijst dat hij even hoog werd ingeschat als Willem van de Velde de Jonge (1633 -1707), die toen nog in Amsterdam werkte. Het schilderij bevindt zich thans in het Louvre in Parijs.

Vanaf het begin verkochten zijn schilderijen zeer goed en nadat de Van de Veldes in 1672 naar Londen waren verhuisd werd hij de belangrijkste marineschilder in Holland. Naar alle waarschijnlijkheid is de rivaliteit tussen de Van de Veldes en Backhuysen van invloed geweest op hun beslissing om naar Londen te gaan. De voorname achtergrond van Backhuysen en zijn huwelijken bij aan het vergroten van zijn fortuin en het vermogen om een rijke clientèle aan te trekken. De Van de Veldes daarentegen kwamen uit een andere sociale klasse en werden geplaagd door intriges, ontrouw, enzovoort.

Volgens Arnold Houbraken was zijn faam als kunstenaar wijdverbreid, en onder zijn internationale clientèle rekende hij de groothertog van Toscane, de koning van Pruisen, de keurvorst van Saksen en verschillende andere Duitse vorsten. Ook tsaar Peter de Grote van Rusland schijnt een groot bewonderaar van zijn werk te zijn geweest. Backhuysen’s carrière als schilder bloeide zonder onderbreking tot zijn dood in 1708.

Hij was een productief meester en het is niet zonder ontzag dat Houbraken ons vertelt: ‘Als het mogelijk was alle kunstwerken in één zaal te zien, zou men versteld staan van zijn ijver’. Zo’n zeshonderd schilderijen zijn ons overgeleverd. Dit aantal moet echter worden bijgesteld, want het is gebaseerd op een inmiddels verouderde catalogus uit 1918 van Hofstede de Groot.

Zijn onderwerpen variëren van zee- en rivierkapen tot pronkstukken gebaseerd op historische feiten of fantasie vaak met een staffage van kleurrijk geklede mensen aan boord van de schepen of op de voorgrond, en de stormen en schipbreuken waar hij beroemd om was. Hij schilderde maar heel weinig zeeslagen. Behalve marines maakte hij een aantal portretten en af en toe een allegorie of stadsgezicht. Naast olieverfschilderijen liet hij tekeningen en gravures na.

Hij was een vurig natuuronderzoeker en stelde zich vaak bloot aan de zee in een open boot om de effecten van stormen te bestuderen. Zijn talrijke composities zijn bijna allemaal variaties op één onderwerp, de zee, en in een stijl die hem eigen is, gekenmerkt door intens realisme of natuurgetrouwe nabootsing.

Hoewel Backhuysen in historisch opzicht minder accuraat is dan de Van de Veldes, is er niets mis met de manier waarop hij de schepen afbeeldt. Uit zijn schilderijen blijkt dat hij ook de verschillende scheepstypen begreep, en ze liggen overtuigend in het water. Zeilen en tuigage zijn foutloos weergegeven. Je hoeft maar naar het werk van mindere zeeschilders te kijken om te beseffen hoe moeilijk het is om dit onderwerp realistisch en overtuigend weer te geven.

Backhuysens kunstenaarschap beperkte zich echter niet tot technische beheersing. Ook artistiek stond hij op gelijke hoogte met de besten, en zijn grootste werken – waarvan er nogal wat zijn – combineren op harmonische wijze een atmosferische kwaliteit, een wonderlijk helder kleurenschema en een gelukkige compositie, en staan op gelijke voet met de beste schilderijen van Willem van de Velde de Jonge.

Zoals bij bijna elke succesvolle schilder leidde de grote vraag naar zijn schilderijen onvermijdelijk tot af en toe kwaliteitsverlies en sloop de routine in. Vooral vanaf de jaren 1680 produceerde Backhuysen een aantal minder geïnspireerde, maar wel zeer bekwame schilderijen. Toch zijn er nog veel werken overgebleven die zijn reputatie als een van de beste zeeschilders die Nederland ooit gekend heeft, volledig rechtvaardigen, zoals te zien is in enkele van de grote musea van de wereld, zoals het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum in Amsterdam, het National Maritime Museum in Greenwich, de National Gallery in Londen en het Louvre in Parijs.

Als kunstenaar van superieur niveau had Backhuysen een aanzienlijke invloed op zijn tijdgenoten en latere generaties. Sommige Van de Veldes uit de jaren 1670 zijn wel eens aangezien voor Backhuysens. Hij heeft grote invloed gehad op een groep zeeschilders als Jan Claesz Rietschoof, Michiel Maddersteg, Jan Theunisz Blanckerhof, Aernout Smit, Wigerius Vitringa.

Hoewel hij niet bekend is als zijn leerling werd ook Abraham Storck (1644 -1708) door Backhuysen beïnvloed. Er zijn bepaalde overeenkomsten in hun werk, die te duidelijk zijn om een gevolg van toeval te zijn. Latere generaties zeeschilders, zoals J.C. Schotel (1787 – 1838), grepen nog steeds naar Backhuysen voor inspiratie. De tekeningen van J.C. Schotel worden nog vaak ten onrechte aan Backhuysen toegeschreven. Zelfs de in zijn tijd veelgeprezen Nicolaas Baur werd rond 1800 sterk beïnvloed door de schilder.

Literatuur: C.Hofstede de Groot, A Catalogue Raisonné, etc.,VII, Londen, 1923, p.215 no. 9. ‘Christus in den storm op het meer van Tiberië: Een meesterwerk’.

Bezoek aan onze galerie

U bent van harte welkom om in alle rust te genieten van onze collectie schilderijen.

Uitsluitend op afspraak te bezoeken

Ma t/m vr telefonisch bereikbaar 10:00 – 18:00

Gegevens

Oosterzijweg 124
1851 PS Heiloo, Nederland 

Uitsluitend op afspraak te bezoeken

Ma t/m vr telefonisch bereikbaar 10:00 – 18:00

CONTACTFORMULIER

Translate »
Scroll naar top