WILLEM VAN DE VELDE DE OUDE

( Leiden 1611 – 1693 Londen )

De Watte Convoÿer (wadconvooier) ‘Valck’ begeleidt een kleine vloot van Wijdtschepen naar de haven van West Terschelling. In de verte ‘Brandaris’, de oudste vuurtoren van de Waddeneilanden, gebouwd in 1594

Pentekening (ganzenveer) en bruine inkt op ivoorkleurige geprepareerde tafelet, 20.6 x 30.3 cm

Gesigneerd l.r. … V.Velde

Ca. 1645

Literatuur:

  1. Leeflang & G Luijten, Hendrick Goltzius (1558-1617), Tekeningen, Prenten en Schilderijen, , Rijksmuseum, Amsterdam, The Metropolitan Museum of Art, New York, The Toledo Museum of Art, Toledo (Ohio) USA p.72, nrs. 20 en 21, p. 74, nrs. 23 en 24

Een zeldzame penschildering (ganzenveer) op een ivoorkleurige geprepareerd tafelet door Willem van de Velde de Oude, de grootste marinetekenaar van de Nederlandse Gouden Eeuw

 

Willem van de Velde de Oude, die met zijn zoon de jongere Willem tot de beste Europese zeekunstenaars behoort, werd in 1611 in Leiden geboren. Met een kapitein ter zee als vader en een broer die kapitein op een koopvaardijschip was, was het niet verwonderlijk dat hij al op jonge leeftijd een voorliefde voor de zee ontwikkelde. Het is bekend dat hij als jonge jongen zijn vader vergezelde op een militair transport, en er kunnen ook andere reizen zijn geweest. Hij trouwde in 1631 in Leiden, en in 1633 schonk zijn vrouw het leven aan hun tweede zoon, de schilder Willem van de Velde de Jonge.

De vroegst overgeleverde tekening van Van de Velde dateert uit 1638, maar toen was hij waarschijnlijk al enige tijd werkzaam als kunstenaar. In 1640 werden enkele gravures van zijn tekeningen gepubliceerd, waaronder een portret van de Aemilia, het vlaggenschip van de beroemde Nederlandse admiraal Maarten Harpertsz. Tromp. Vader en zoon werkten een groot deel van hun leven als een team, waarbij de tekeningen en scheepsportretten van de vader

als basis dienden voor de schilderijen van de zoon. Willem de Jonge interpreteerde de tekeningen van zijn vader altijd zeer vrij, en we kennen geen enkele tekening die letterlijk werd overgenomen in een schilderij. Van de Velde’s tekeningen en penschilderingen van historische zeegebeurtenissen zijn gebaseerd op ooggetuigenverslagen of op eigen ervaring uit de eerste hand, want hij observeerde zeeslagen vanaf zijn eigen galjoot of vanaf een schip dat hem door de overheid was uitgeleend.

Willem van de Velde de Oude hield van reizen. Van 1660 tot 1662 was hij van huis weg en er zijn aanwijzingen dat hij Engeland bezocht, waar hij wellicht de weg bereidde voor zijn emigratie met zijn zoon in 1672. Koning Charles II moedigde Nederlandse kunstenaars aan zich in zijn rijk te vestigen, en hij zal zeker belangstelling hebben gehad voor marineschilders, want Engeland was een van de grote zeemogendheden. De Van de Veldes vonden blijkbaar alles naar hun zin, want zij bleven in Engeland tot hun dood in 1693 en 1707.

De beroemde tekenaar, prentkunstenaar en schilder Hendrik Goltzius (Wurzburg 1526-1583) maakte zijn prachtige tekeningen en prenten vaak op ivoorkleurig geprepareerde tafelets. Papier of perkament werd behandeld met een coating die opdroogde tot een prachtige ivoorkleur. Van de Velde de Oude moet bekend zijn geweest met Goltzius’ techniek, en wellicht heeft dit hem geïnspireerd tot het maken van tenminste één penschildering op tafelet.

De penschilderijen van Willem van de Velde de Oude zijn de voorlopers van zijn latere penschilderijen (grisailles) op doek of paneel. De penschildering in bruine inkt is gemaakt met een ganzenveer. Een ganzenveer heeft een harde schacht die gemakkelijk tot een scherpe punt kan worden gesneden.

Het schilderen met pen was een uiterst moeilijk en tijdrovend proces en het is dan ook niet verwonderlijk dat van de vele honderden kunstenaars uit de Hollandse Gouden Eeuw slechts een enkeling deze vaardigheid met succes beoefende en tot een kunst verhief.

Willem van de Velde heeft in deze tekening een zeldzaam scheepstype afgebeeld – een ‘Watte Convoÿer’ (wadconvooier). Op het eerste gezicht doet het schip denken aan een Statenjacht, maar het achterschip ziet er niet uit alsof er een ruime salon in schuilgaat. Het is ook veel zwaarder bewapend dan een Statenjacht. De tuigage bestaat uit een staand gaffeltuig met slechts één extra kleine bezaanmast. Op de achtersteven is een vliegende valk afgebeeld met daaronder de naam van het schip, Valck.

In tijden van oorlog of de dreiging daarvan laadden wadconvooiers vrachtschepen, in dit geval wijdschepen, om hen te begeleiden door het ondiepe water. Het waren goed bewapende kustvaarders die niet voor de zee bestemd waren, maar in de getijdeninhammen nuttig werk deden.

Op het schilderij zien we zes wijdschepen onder vol zeil; de dichtstbijzijnde wappert met een vlag met het stadswapen (een toren) van zijn thuishaven Alkmaar. Door zijn vorm was het wijdschip bij uitstek geschikt voor de Zuiderzee en voor andere open wateren, zoals de Waddenzee. In 1980 werd een wijdschip opgegraven in de drooggevallen bodem van de Zuiderzee. Het was bijna achttien meter lang en vijftien meter breed. Het schip moet rond 1620 gezonken zijn en het bewaard gebleven wrak en zijn inhoud zijn te bezichtigen in het Nationaal Historisch Schepencentrum in Lelystad.

Ons penschilderij van een wadconvooier is belangrijk voor de maritieme geschiedenis. Er is slechts één andere afbeelding van dit scheepstype bekend en daarom een waardevolle aanvulling op onze kennis van de scheepstypen uit de zeventiende eeuw.

DE VUURTOREN BRANDARIS

De Brandaris is de oudste vuurtoren van de Waddeneilanden, gebouwd in 1594. De toren telt vier verdiepingen en is bijna vijfenvijftig meter hoog. Het middeleeuwse bouwwerk is genoemd naar Sint Brendan, een Ierse mysticus en zeevaarder, en ook naar het dorp Sint Brandiriskercke. De lichtsignalen werden gemaakt door vuren aan te steken. Het werd in 1666 door brand verwoest, op een moment dat de Tweede Engelse Oorlog op zijn hoogtepunt was. De Engelsen overrompelden het eiland en brandden het dorp West Terschelling plat. Na de brand werd de toren gerestaureerd. In 1910 werd elektrisch licht geïnstalleerd met een vermogen van 3.600.000 kaarsen. In de Tweede Wereldoorlog werd het licht gedoofd en werd gevreesd dat de toren zou worden opgeblazen. Maar gelukkig overleefde de Brandaris ook die dreiging.

WILLEM VAN DE VELDE DE OUDE

Scroll naar top